De dood van George Best en de actualiteit van Robert Van Dromme
Voor de begrafenis van George Best werden agressieve graffiti van de muren verwijderd en vervangen door portretten van de overleden voetballer. Volgens de radioverslaggever stonden protestanten en katholieken zij aan zij om hun idool te begeleiden en te eren op zijn tocht naar zijn laatste doel. De sterspeler en zondaar uit het verscheurde Belfast werd een volksheld en heilige.
Robert Van Dromme schildert portretten van Belgische wielerhelden, uitvergrote chromo's (de prentjes die kinderen bij snoepgoed vinden) die het allure krijgen van een enorme poster. Bidprentjes die opgeblazen zijn tot iconen. Posters maken reclame voor een evenement, een voorstelling, zijn een teken naar de betrokken maatschappij of context én een weergave van de betekenende symbolen van diezelfde maatschappij.
In zijn inleidend woord wees Flor Bex reeds op de historiciteit van het portret. Nooit echter werd een afbeelding van een vorst en dus zeker niet ven een minder aanzienlijke in zulke proporties getoond. (Misschien zijn de heiligen in de Sixtijnse kapel wel van zulk formaat, wat dan verantwoord wordt door de afstand tot de aardse beschouwer.) Enkel in landen met een Stalinistische of andersoortige dictatuur werden beelden en schilderwerken in zo'n afmetingen gebruikt om de massa's te overtuigen van het quasi goddelijk statuut van de afgebeelde. Voor een kritisch en zelfstandig denkend mens is de normale reactie daarop een van ongeloof en afschuw. Hier is de eerste ironische laag in dit werk van Robert Van Dromme.
Links onderaan op het schilderij is binnen een kader een nummer aangebracht : allicht hun rangorde ooit in een of ander belangrijke wedstrijd. Maar op het moment dat België in alle ernst probeert uit te vissen wie nu wel de grootste Belg ooit was, het minst gelezen boek, enzovoort, krijgt deze nummering een bijzonder ironische connotatie. De complexiteit van het maatschappelijk gebeuren wordt hier gereduceerd tot een hiërarchie, wat in de sport uiteraard normaal is, maar wat zich ook in de kunst manifesteert (omwille van de financiële speculatie als essentiëel onderdeel van de neokapitalistische markt) en wat eigenlijk de eerste aanzet is tot een fascistoïde denkkader. Wie is goed, wie is groot, waar is de ware, de echte leider ?
Ten derde maakt Robert Van Dromme zijn ironische en maatschappijkritische speculatie het duidelijkst door daar waar de naamplaatjes van de afgebeelde renners zouden moeten staan in elk van de vijf werken een woord te plaatsen : context (significant bij nummer één), afbeelding, icoon, variant en document. Nummer één bestaat slechts als nummer één binnen de context van de anderen (en de totaliteit van het maatschappelijk fenomeen), al de anderen zijn een variant, een document (van de tijd, enz.), of slechts een afbeelding die eventueel een icoon is geworden.
Het werk van Van Dromme kan gezien worden als een verre uitloper van Pop-art (die ook iconen van de consumptiemaatschappij uitvergrootte en zo soms ridiculiseerde) maar is veel stringenter in zijn kritische veelduidigheid én actueler in de Vlaams/Belgische realiteit (alhoewel daar niet noodzakelijk toe beperkt).
Alhoewel deze inhoudelijke benadering veel beschouwers niet vreemd zal zijn, toch niet diegenen die de moeite doen om na een eerste, misschien verrassende confrontatie verder te kijken en denken, kan de gladde of zelfs koele schildering bij sommigen een tegenstand opwekken. Maar juist de spanning tussen deze afstandelijke weergave, het verbijsterend banale van de voorstelling, de technische perfectie en de intellectuele uitdaging, verplicht een werkelijk in hedendaagse kunst geïnteresseerde zich te bezinnen. Een bidprentje of een afbeelding van je persoonlijke idolen gooi je ook zo maar niet onachtzaam weg. Je kijkt ernaar en mediteert. Je vraagt je af wat jouw relatie is met de afgebeelde persoon. Je vergelijkt en situeert.
"In tegenstelling tot wat gewoonlijk wordt gedacht is de hedendaagse kunst de weerspiegeling van de triomf van het woord over het beeld. Een werk is niet van belang om wat het is, maar om wat je naar aanleiding ervan zegt, om de geschiedenissen die uit de beelden tevoorschijn komen, om de door de kunstenaar, de criticus en de eenvoudige kijker uitgewisselde verhalen, die verder gaan dan de werken." (Jorge Volpi in Het einde van de waanzin)
"Het spreekt mij niet aan" is een uiting van luiheid of domheid en toch gebruikt iedereen deze formule - ik ook, soms om voorzichtig te zijn, soms om niet te kwetsen. We bedoelen dan dat we geen intellectuele maar vooral geen emotionele toegang tot het gepresenteerde vinden. De vormen, de kleuren of het afgebeelde strookt niet met onze voorkeur of gevoeligheden. Emoties zijn evenwel ook een vorm van kennis en van oordelen, die echter gevoed moeten worden door diverse en steeds bredere ervaringen. De smaak voor goede wijn, een fijne keuken of muziek is niet aangeboren. Deze vijf schilderijen poneren daartoe duidelijk een uitdaging.